''Ik werkte vroeger in de thuiszorg en ik wil nu graag een baan in de kinderopvang''. ''Kunnen jullie iemand die al werkt bijscholen voor een overstap naar techniek?''
Als je één van de 35 Werkcentra in Nederland binnenloopt, zou dit zomaar een greep uit de vragen kunnen zijn die je daar hoort. Mensen komen om zich om te scholen, verdieping te zoeken in hun huidige baan of simpelweg om te weten welke volgende stap past bij hun toekomstbeeld. Werkgevers, publieke organisaties en sectorale partijen zijn aangesloten om hier gezamenlijk invulling aan te geven en regionale arbeidsmarktvraagstukken op te lossen.
Daarmee is het werkcentrum een nieuw en cruciaal knooppunt in de arbeidsmarkt. Een plek waar leren, werken en ontwikkelen bij elkaar komen. En waar leren centraal staat, heeft het onderwijs een sleutelrol. Want een wendbare arbeidsmarkt vraagt om onderwijsinstellingen – van mbo tot universiteiten – die kunnen meebewegen met wat er in een regio gebeurt. Dat centraal organiseren met het Werkcentrum als knooppunt, is nieuw. En voor alle partijen betekent het zoeken hoe je dat met elkaar vormgeeft en organiseert.
Precies daarom voert de LLO‑Katalysator samen met regionale onderwijspartners een pilot uit in vijf regio's. Om te ontdekken wat werkt, waar het schuurt en wat er nodig is om tot een toekomstbestendig LLO-systeem te komen.
Wie spraken we?
Om beter te begrijpen wat er in deze transitie nodig is en welke rol Leven Lang Ontwikkelen daarin kan spelen, gingen we in gesprek met twee sleutelspelers:
Judith Duveen, RvB-lid UWV (rechts) en Roos Verweij, Directeur LLO-Katalysator (links).
Fotocredits: UWV/Olivier Middendorp.
''De samenwerking rondom Werkcentra is nog nieuw voor iedereen: hoe organiseer je het, wie pakt welke rol, hoe werk je écht samen? Voor hogescholen en universiteiten is dit bovendien relatief onbekend terrein. Juist daarom moeten we uitproberen wat werkt en wat nog niet''.
Roos Vermeij Directeur, LLO-Katalysator
Waarom pilots?
Omdat het recept voor hoe we dit het beste kunnen gaan doen nog niet in de la ligt, werkt de LLO-Katalysator samen met onderwijs en partners in vijf regio's aan een pilot. Elke regio verkent een ander vraagstuk, steeds met dezelfde missie: ontdekken wat werkt, waar het schuurt en wat nodig is voor een toekomstbestendig LLO‑systeem.
- In Noord-Holland: Hoe verhouden werkcentra, onderwijs en andere initiatieven zoals sectorale hubs en publiek-private samenwerkingen zich tot elkaar binnen het bredere LLO-ecosysteem, en hoe organiseren we die samenhang?
-
In Food-Valley & Zuid Limburg: Hoe organiseren we de samenwerking tussen partners, met heldere rolverdeling en goede aansluiting op werkcentra, sectorale ontwikkelpaden en partijen zoals UWV?
-
In Friesland: Hoe zorgen we dat mensen in de praktijk hun weg vinden naar scholing, via een netwerk van scholingsadviseurs dat verbonden is aan het Werkcentrum en de gidsfunctie concreet invult?
-
In regio Noord: Hoe geven we regionaal invulling aan sectorale ontwikkelpaden via sectoroverstijgende samenwerking en vernieuwende LLO-aanpakken, bijvoorbeeld rond thema’s als water?
“Het voordeel van de LLO‑Katalysator,” zegt Roos Vermeij, “is dat we mogen experimenteren. Projecten mogen ook mislukken, dan leer je ook wat niet werkt en waar niemand op zit te wachten.”
Waarom is UWV hier een cruciale partner?
Als uitvoeringsorganisatie voor werk en inkomen speelt UWV een belangrijke rol in de verbinding tussen leren en werken. Daarom is UWV betrokken bij de pilots in twee regio’s — Food Valley en Zuid‑Limburg — maar het gesprek met Judith en Roos gaat breder dan alleen deze pilots. Het raakt aan de vraag hoe onderwijs en uitvoering in het hele land beter kunnen samenwerken rond Leven Lang Ontwikkelen.
Tijdens het gesprek werd duidelijk dat UWV en de LLO-K elkaar nodig hebben: UWV biedt structuur, de Katalysator beweging.
''De arbeidsmarkt gáát juist over LLO. We kunnen LLO niet meer zien als iets dat moet aansluiten, iedereen die in beweging is op de arbeidsmarkt is bezig met LLO. Daar is dus een structurele scholingsinfrastructuur voor nodig, want LLO kan niet zonder onderwijs'', zegt Judith.
Roos sluit daarbij aan:
''Door in de pilots te verkennen wat waar nodig is, kunnen we het onderwijs en de uitvoering dichterbij elkaar brengen''.
In de pilot in Friesland gebeurt dat nu heel concreet: scholingsadviseurs worden verbonden aan het loket van het Werkcentrum, zodat scholingsvragen snel en via de juiste route worden opgepakt.
UWV als structuur, LLO-K als versneller
UWV ziet dagelijks waar werk verandert: mensen die zich opnieuw moeten oriënteren en functies die de komende jaren verdwijnen. Zo kunnen ze signaleren waar kansen en knelpunten liggen. Door die signalen te verbinden met onderwijs en de behoefte van werkgevers kunnen, door de samenwerking, de werkcentra gerichter opleiden naar werk dat écht kansrijk is.
In de pilot zien we dat in Noord-Nederland dat al in de praktijk gebeurt. Daar werkt Terra Next, mbo-opleider in de groen en water sector, aan een sector overstijgende aanpak rond het thema water. Zij vertalen signalen uit de regio naar concrete loopbaanstappen en opleidingsroutes. Een voorbeeld van de nieuwe manier van samenwerken tussen onderwijs, uitvoering en werkgevers. Precies de beweging die nodig is voor een toekomstgericht ecosysteem.
Roos vat de samenwerking mooi samen: “UWV is de structuur; wij zijn de katalysator die de beweging kan versterken door te experimenteren en uitproberen. Samen kunnen we zo stabiliteit, netwerk en vernieuwing brengen waarbij Leven Lang Ontwikkelen de alles verbindende factor is.”
“De Werkcentra zijn een prachtig voorbeeld van hoe we samen arbeidsmarktdienstverlening dichtbij brengen. Voor álle werkzoekenden, werkenden en werkgevers. We zijn trots op deze samenwerking, want samen creëren we meer kansen en bouwen we aan een inclusievere toekomst.”
Judith Duveen RvB-lid UWV
Verschillende regio's, verschillende logica
In het gesprek komt ook iets anders duidelijk naar voren: niet iedere regio werkt hetzelfde. Onderwijsregio’s, arbeidsmarktregio’s en sectorstructuren lopen dwars door elkaar heen. Een hogeschool bedient soms drie arbeidsmarktregio’s. Grote werkgevers zitten juist weer verspreid over meerdere gebieden. En grensregio’s werken per definitie anders dan bijvoorbeeld de Randstad.
Judith zegt daarover: “Elke indeling is ingewikkeld. Maar dat doet er eigenlijk niet toe. Het gaat erom: kunnen we het inpassen in hoe het in de praktijk wél werkt?”
Precies daarin ziet zij een rol voor het UWV: de vertaalslag maken tussen werelden die verschillend georganiseerd zijn, maar wel samen moeten werken. Werkcentra zijn daarin het gezamenlijke knooppunt.
Voor de LLO‑Katalysator bevestigt dit waarom er in vijf uiteenlopende regio’s moet worden geëxperimenteerd: alleen door te werken in verschillende contexten wordt zichtbaar wat werkt, waar de structuur schuurt en hoe onderwijs een natuurlijke plek in het systeem kan krijgen.
Fotocredits: UWV/Olivier Middendorp.
De grotere droom
Tijdens het gesprek wisselen Judith en Roos ook hun dromen voor de toekomst van de arbeidsmarkt uit. Judith ziet de Werkcentra in de toekomst als de plek waar alle partijen – werkenden, werkgevers, onderwijs, en publieke partners – terecht kunnen met vragen over werk en scholing, en waar activiteiten kunnen worden georganiseerd die daarop aansluiten, bijvoorbeeld via evenementen rond werk en ontwikkeling.
“Mkb'ers weten elkaar nu al vaak te vinden,” zegt ze, “maar het onderwijs zit daar nog niet vanzelfsprekend bij. In het Werkcentrum kunnen die werelden elkaar wél versterken, precies wat nodig is om ontwikkeling en loopbaanstappen écht te verbinden.”
Die ontmoetingsfunctie is dan ook nauw verweven met de ontwikkeling van lange loopbaanpaden. Geen losse trajecten, maar paden waar mensen hun hele loopbaan op kunnen bouwen: leren, werken, doorleren en opnieuw kunnen doorstappen naar een volgend beroep. ''Zodat we tegen mensen kunnen zeggen: als je dit traject doorloopt, dan vergroot je de kans dat je de rest van je leven aan het werk blijft'', zegt ze. En dat moet gelden voor iedereen: voor mensen die werken, mensen die overstappen en mensen die tijdelijk uitvallen. ''We moeten stoppen met de scheiding tussen werkenden en werkzoekenden,” zegt ze.
Roos sluit daarbij aan. “Vanuit de LLO-K kunnen we juist experimenteren met die nieuwe paden. We kunnen dingen uitproberen die later structureel kunnen worden ingebed. Maar, we hebben het UWV nodig als bron: bij jullie komen de mensen binnen die LLO laten slagen. Samen kunnen we bouwen aan een infrastructuur waarin leren en werken vanzelfsprekend met elkaar verbonden zijn.”
Updates ontvangen
Laat je contactgegevens achter en krijg updates van alle ontwikkelingen en bijeenkomsten die wij organiseren.