LLO begint bij sterke wortels in de regio – zo doen ze dat in de Achterhoek
Gwen Spilker (reporter en relatieve leek bij de LLO-Katalysator) en Shira van Lohuizen (relatiemanager Oost-Nederland) gingen in gesprek met drie aanjagers van LLO in de Achterhoek, op zoek naar het antwoord op de vraag: hoe je een relevante partner kunt zijn voor wat er in de regio nodig is.
Waarom lukt het sommige regio's om Leven Lang Ontwikkelen echt van de grond te krijgen, terwijl het elders blijft steken? Om dat te begrijpen, neem ik je mee naar de Achterhoek. Hier lijkt samenwerking tussen onderwijs, ondernemers en regionale partners bijna vanzelf te gaan. Wat gebeurt hier dat op andere plekken lastiger blijkt?
In innovatiecentrum De Steck gaan we in gesprek met drie regionale aanjagers van LLO. Zodra ik binnenloop, voelt het anders dan een standaard kantoorgebouw. Studenten en werknemers lopen door elkaar heen en het bruist van activiteit. Mensen herkennen en begroeten elkaar en er wordt veel gelachen. We nemen dan ook geen plaats in een afgesloten vergaderruimte, maar gaan zitten aan een tafel midden in het gebouw. Te midden van de energie.
Op de foto van links naar rechts:
Ivar van Asten, Haske van Aken, Shira van Lohuizen en Caroline Termaat. Credits: LLO-Katalystor / Gwen Spilker
Samenwerking die als vanzelfsprekend lijkt, maar dat niet is
Tijdens de introducties van mijn tafelgenoten valt iets op: hier hangt iets in de lucht wat je niet terugvindt in beleidsstukken of projectplannen. De aanjagers praten over hun samenwerking alsof die vanzelfsprekend is. Ze weten precies wie waarover gaat en kunnen terugvallen op korte lijnen in de regio, bijvoorbeeld met het Graafschap College. In de regio noemen ze dat ‘noaberschap’: de cultuur van elkaar iets gunnen en vertrouwen. De taart is immers groot genoeg.
Maar onder die cultuur ligt een duidelijke structuur. Er zijn vaste plekken waar mensen elkaar ontmoeten, zoals de thematafel Onderwijs & Arbeidsmarkt, waar LLO een van de speerpunten is. Ook zijn er sectorale servicepunten, zoals het Servicepunt Techniek Achterhoek-Liemers, en regionale netwerken die bijdragen aan het versterken van LLO.
Toch, benadrukken mijn tafelgenoten, zijn deze structuren niet doorslaggevend. “Uiteindelijk zijn het de mensen die signaleren, schakelen en beweging creëren”, zegt Haske.
Collega Shira vult aan: “Dat is een inzicht dat we bij de LLO-Katalysator herkennen: verandering begint bij mensen die luisteren en tussen verschillende werelden kunnen schakelen, niet bij plannen op papier.”
Wie spraken we?
Gwen Spilker en Shira van Lohuizen van de LLO-Katalysator waren in gesprek met:
Caroline Termaat
Programma-regisseur Onderwijs en Arbeidsmarkt, Achterhoek ambassadeurs
Haske van Aken
Coördinator Servicepunt Techniek & projectleider Leercultuur MKB Gelderland
Ivar van Asten
Leercultuurcoach MKB en Achterhoek Ambassadeur.
Samenwerken met het MKB begint bij relatie, niet bij aanbod
In vrijwel elk gesprek over LLO met onderwijsinstellingen komt dezelfde vraag terug: hoe werken we beter samen met het MKB?
Waar veel onderwijsinstellingen starten vanuit hun eigen aanbod: een nieuwe module, een traject of een programma, zien ze in de Achterhoek dat andersom werken loont.
''We werken vraaggestuurd'', hoor ik. Maar wat betekent dat in de praktijk? Wachten tot de ondernemer je opbelt met een vraag?
''Nee''. Wordt er direct gereageerd. ''Het betekent de regio en de mensen kennen, begrijpen waar iemand mee worstelt: personeelstekorten, volle agenda's, technologische veranderingen. Als je het alleen aan het marktproces overlaat, dan mis je de boot'', zegt Caroline. ''Op beleidsniveau zien we wat er op ons afkomt. Die twee werelden moet je bij elkaar brengen''.
Als het zo wordt uitgelegd, klinkt het eigenlijk heel logisch. Maar waarom gebeurt het dan nog niet overal? Of beter nog, wat is ervoor nodig zodat dit morgen overal gebeurt?
Door de mkb-bril: niet hoe je bereikt, maar hoe je kijkt
In veel gesprekken over samenwerking met het mkb ligt het recept al klaar voordat het gesprek begint. We weten al welke “ingrediënten” we willen inzetten, hoe het traject eruitziet en hoe lang het mag duren.
Maar echte samenwerking begint anders. Niet bij: “Hoe krijgen we het mkb mee?” Maar bij: met welke bril stap ik zelf het gesprek in?
In ons verhaal ''door de mkb bril: niet hoe je bereikt, maar hoe je kijkt'' gebruiken we lasagne als metafoor: ga je het gesprek in met een vaststaand recept, of durf je samen te ontdekken wat er op tafel moet komen?
Terwijl we verder praten, begin ik te beseffen hoe omvangrijk dit werk eigenlijk is - en dat dit werk niet ''erbij'' kan worden gedaan. Flexibiliteit is geen bijzaak, maar juist een voorwaarde. Het vraagt tijd, zichtbaarheid en vertrouwen. Aanwezig zijn, ook als daar niet direct een project of financiering tegenover staat.
Ivar begeleidt verschillende mkb’ers en legt uit hoe bijeenkomsten overdag vaak lastig te plannen zijn voor ondernemers. ''Ik spreek daarom vaak genoeg rond vijf uur 's middags af, en dan gaan we door tot zeven uur'', vertelt hij. Dit werk is minder zichtbaar dan een nieuw programma lanceren, maar lijkt hier cruciaal.
Daarnaast vraagt dit werk ook om verbeeldingskracht: je moet samen urgentie creëren. De rol van de verbinder en die van het onderwijs is om de MKB'er te laten inzien wat de waarde van LLO is: ''de mensen die ze met moeite, tijd en geld hebben verkregen gaan langer blijven als dit goed is ingeregeld'', voegt Ivar toe.
''Al doende leren, al lerende doen''
In het praktijkvoorbeeld van Ivar wordt iets zichtbaar dat ook in bredere discussies over leren en tranisities naar voren komt. Zo spraken we hoogleraar sociaal-economische transities en directeur van DRIFT, Derk Loorbach, over zijn visie op LLO. Volgens Loorbach vormen leren en experimenteren een cruciale rol in maatschappelijke transities. De rol voor het onderwijs zit hem daarom juist in het creëren van de vraag en laten zien dat er kansen liggen in LLO en in de structurele verandering die het teweeg kan brengen. Zo wordt investeren in LLO geen bedreiging, maar juist een kans.
De onzichtbare rol achter succesvolle LLO-samenwerking
Wat hier gebeurt, laat zien waarom LLO zich lastig laat organiseren als tijdelijk project. Het werk van verbinden past niet netjes binnen een afgebakend programma. Het vraagt mensen die kunnen bewegen tussen verschillende werelden:
-
tussen bestuur en werkvloer;
-
tussen langetermijnbeleid en de druk van vandaag;
-
tussen de taal van ondernemers en die van onderwijs.
Verbinden is dus een rol die niet vanzelf ontstaat. Het vraagt tijd, mandaat en ruimte. En ze is kwetsbaar: als de rol bij één persoon ligt, ontstaat er een gat zodra diegene vertrekt. Duurzame samenwerking vraagt daarom ook om structurele inbedding. Iets waar ze ook in de Achterhoek dagelijks aan werken.
Ook voor de lerende maakt verbinding verschil
Wat we in de regio zien, herkennen we ook bij lerenden zelf. Het combineren van werk, privé en opleiding vraagt continu om afstemming. Een vaste contactpersoon, iemand die verbindt, meedenkt en kan schakelen tussen werkgever en opleiding, maakt het verschil tussen volhouden en afhaken.
Zo vertelt Yasmin hoe zij zich liet omscholen bij het Astrum College om haar droom na te jagen. Dankzij de goede band met haar studieloopbaanbegeleider en collega’s kon ze vragen stellen en voelde ze zich serieus genomen. De nieuwe richting vroeg inspanning, maar gaf haar ook nieuwe motivatie: ze wil zich blijven ontwikkelen.
Ook bij het Dulon College zien we dat patroon terug. Tagier laat zien dat een nieuwe carrière op elke leeftijd mogelijk is. Tegelijk wordt duidelijk hoe belangrijk de omgeving is: het vertrouwen van collega’s en begeleiders én de mogelijkheid om een betaalde stageplek te krijgen maken het voor hem mogelijk om zijn opleiding af te ronden.
Dus ook hier zien we: verbinding is geen bijzaak, maar een randvoorwaarde.
Wat andere regio’s hiervan kunnen leren
Het succes van een regio zit niet in (financiële) middelen of in bijzondere projecten. Wat we hier zien gebeuren is fundamenteler: mensen die de regio kennen en de ruimte krijgen om te verbinden.
Deze drie aanjagers stellen zichzelf de volgende checkvragen om hun succes in LLO te bepalen:
-
Is de verbindende rol expliciet belegd?
-
Heeft die persoon, of dat team, voldoende tijd, zichtbaarheid en mandaat?
-
Wordt er genoeg geïnvesteerd in relaties en flexibiliteit, ook als daar niet direct iets tegenover staat?
-
Is er genoeg zicht op wat er in de regio speelt? Of worden er beslissingen genomen vanuit het eigen aanbod?
We lopen de Steck uit met energie en enthousiasme. Voor mij laat de Achterhoek zien dat versnelling in LLO niet begint met een nieuw plan, maar met mensen die de regio kennen en de ruimte krijgen om te verbinden.
Updates ontvangen
Laat je contactgegevens achter en krijg updates van alle ontwikkelingen en bijeenkomsten die wij organiseren.