Twee regio's, één les: zonder gezamenlijke onderwijsvisie, geen LLO-samenwerking
Overal in het land krijgt de nieuwe arbeidsmarktinfrastructuur steeds concreter vorm. In de 35 arbeidsmarktregio’s wordt gebouwd aan regionale werkcentra: dé fysieke en digitale knooppunten waar overheid, sociale partners en onderwijs samenkomen om de arbeidsmarkt van de toekomst vorm te geven. Dit stelt mbo-, hbo- en wo-instellingen voor een belangrijke opgave. Want hoe sluit je als onderwijs effectief aan op zo’n breed regionaal netwerk? Wie doet wat, en hoe voorkom je vrijblijvendheid? Een pilot in de regio’s Foodvalley en Zuid-Limburg laten zien waar succesvolle aansluiting begint: bij een cruciale stap terug. Eerst als onderwijs intern ordenen, dan pas extern verbinden.
Het gezamenlijke startpunt
Regionale LLO-vragen kwamen versnipperd binnen. Er heerste een gevoel van onderlinge concurrentie en door de waan van de dag ontbrak de tijd om de samenwerking grondig en structureel aan te pakken. Om deze dynamiek te doorbreken, begonnen beide regio's aan een uniforme en intensieve werkwijze onder onafhankelijke procesbegeleiding vanuit de LLO-Katalysator. Hoewel de startposities verschilden, brachten alle instellingen hun afhankelijkheden, rollen en wat ieder te bieden heeft, in kaart.
Van eilanden naar één onderwijsblok
In plaats van losse, ad-hoc projecten organiseerden de onderwijspartners zich als één ‘onderwijsblok'. Door samen te bespreken wat hun onderlinge afhankelijkheden en verwachtingen zijn, werd duidelijk hoe zij samen verder kunnen. De samenwerking werd daarmee gestructureerder, scherper en meer toekomstgericht. Door samen te werken ontstaan er andere vragen. Wat komt iedere instelling brengen? Waar kunnen we van elkaar leren? Hoe voorkomen we onderlinge concurrentie en hoe vergroten we de gezamenlijke impact? De pilot heeft nog niet meteen geleid tot een afgerond eindmodel, maar wél tot duidelijke verschuivingen.
In Zuid-Limburg leidde dit tot een gezamenlijke onderwijsvisie, waarin mbo (Vista), hbo (Zuyd) en wo (Universiteit Maastricht) duidelijk maken wat ieders rol is. Door de ervaring van het mbo, de kennis van de universiteit en het organiserend vermogen van de hogeschool te verbinden, werd duidelijk waar zij elkaar versterken. Zo kan het onderwijs functioneren als een stekkerblok dat kan aansluiten op de netwerken van de regio en het Werkcentrum.
In Foodvalley zorgde deze werkwijze voor scherpte. Instellingen spraken hardop uit wat ze kwamen brengen en wat ze nodig hadden van de ander. Ook werd er gedeeld waar nog ondersteuning nodig was. De gedachte verschoof van kijk hoe verschillend we zijn naar kijk wat we aan elkaar hebben. Het gezamenlijk belang bleek van grote waarde voor de relatie.
De lessen die we mee kunnen nemen
-
Organiseer eerst jezelf.
Een gezamenlijke onderwijspositie (mbo-hbo-wo) helpt om aan te sluiten bij de andere partners in de arbeidsmarktstructuur.
-
Structuur versnelt samenwerking.
Een stappenplan, canvas en begeleide sessies helpen om sneller tot scherpe keuzes te komen en het ongemak niet uit de weg te gaan.
-
Accepteer het ongemak.
Een eindmodel ligt er nog niet, maar de basis staat. Het proces vraagt uithoudingsvermogen en voortdurend bijstellen.
-
Van concurrentie naar complementariteit.
Door expliciet uit te spreken wat ieder bijdraagt, verschuift de vraag van ''waar verschillen we?'' naar ''waar versterken we elkaar?''
Wil je als regio ook aan de slag?
Gebruik de tool hieronder voor een gezamenlijke onderwijsvisie. Met deze visie ga je vervolgens als collectief het gesprek aan met andere regiopartners over hoe het onderwijs kan bijdragen aan de regionale arbeidsmarktuitdagingen.
Meer lezen over deze reeks?
Het recept voor het ideale LLO-systeem ligt nog niet in de la. Daarom onderzoekt de LLO-Katalysator samen met onderwijs en partners in vijf regio's wat werkt en waar het schuurt. Lees hieronder wat we er eerder al over schreven.
Updates ontvangen
Laat je contactgegevens achter en krijg updates van alle ontwikkelingen en bijeenkomsten die wij organiseren.